Voor een gemiddelde volwassene reken je 400 tot 500 gram bereide stamppot per persoon. Dat is de hoeveelheid die op tafel moet komen nadat de stamppot klaar is, dus na het koken en stampen. Met die maat zit je goed voor de meeste eters.
Of je nu kookt voor twee of voor tien personen, het helpt om te weten dat niet iedereen evenveel eet. Een kind of kleine eter is al blij met zo’n 375 gram. Een grote eter, iemand die zwaar lichamelijk werk doet of na het sporten aanschuift, kan makkelijk 550 gram of meer op. Pas je hoeveelheid aan op wie er aan tafel zit.
Hoeveel stamppot per persoon: een handig overzicht
Hieronder zie je in één oogopslag hoeveel bereide stamppot je per persoon nodig hebt:
| Type eter | Bereide stamppot per persoon |
|---|---|
| Kind of kleine eter | 375 gram |
| Gemiddelde volwassene | 400 tot 500 gram |
| Grote eter | 550 gram of meer |
Kook je voor een gemengd gezelschap van bijvoorbeeld vier personen, twee volwassenen en twee kinderen, dan kom je goed uit met zo’n 1,6 tot 1,8 kilo bereide stamppot. Maak je liever iets te veel dan te weinig, zeker als je een restje de volgende dag wil opwarmen.
Hoeveel rauwe ingrediënten heb je nodig?
De hoeveelheid bereide stamppot zegt iets over het eindresultaat, maar voor het boodschappenlijstje wil je weten hoeveel rauwe ingrediënten je inslaat. Aardappelen zijn de grootste component in de meeste stamppotten. Reken op zo’n 200 tot 250 gram rauwe aardappelen per persoon. Aardappelen verliezen nauwelijks gewicht tijdens het koken, maar ze nemen wel wat vocht op tijdens het stampen.
De groente of andere vulling maakt de rest van het gewicht uit. Bij boerenkoolstamppot gebruik je bijvoorbeeld zo’n 100 tot 150 gram rauwe boerenkool per persoon. Die slinkt flink tijdens het koken, dus het gewicht valt in de pan mee. Voor zuurkool, andijvie of spinazie geldt hetzelfde: reken op 100 tot 200 gram rauw, afhankelijk van hoe stevig de groente is en hoeveel je ervan houdt in het eindresultaat.
Rekenvoorbeeld voor vier personen
Stel je maakt boerenkoolstamppot voor vier volwassen eters. Je gaat uit van 450 gram bereide stamppot per persoon, in totaal dus 1,8 kilo. Dan heb je ruwweg nodig:
- 800 tot 1.000 gram rauwe aardappelen
- 400 tot 600 gram rauwe boerenkool
- Roomboter, melk en zout naar smaak
Tel daarna de rookworst of andere bijgerechten er apart bij op. Een rookworst weegt gemiddeld 200 tot 250 gram en is voor de meeste mensen genoeg als bijgerecht bij één portie stamppot.
Tips om de juiste hoeveelheid in te schatten
Twijfel je of je genoeg maakt? Kies dan altijd de bovenkant van de range. Stamppot is makkelijk op te warmen de volgende dag en smaakt als lunch prima met een gebakken eitje erbij. Teveel weggooien is zonde, maar ook een tafel vol hongerige mensen met een lege pan wil je vermijden.
Kook je voor kinderen onder de twaalf jaar, reken dan op 250 tot 375 gram per kind, afhankelijk van de leeftijd. Peuters en kleuters eten beduidend minder dan tieners, dus pas dat aan op de leeftijdsgroep die je verwacht.
Verwacht je gasten die de stamppot als bijgerecht eten in plaats van als hoofdmaaltijd, halveer dan de portiegrootte. Stamppot als bijgerecht bij een ander hoofdgerecht vraagt zo’n 150 tot 200 gram per persoon.
Met 400 tot 500 gram bereide stamppot per volwassene kom je voor veruit de meeste situaties goed uit. Weet je dat je voor grote eters kookt, ga dan richting de 500 gram of iets meer, en bij kinderen of kleine eters schaal je terug naar 375 gram. Zo staat er altijd genoeg op tafel zonder dat je met bergen restjes blijft zitten.

